Geschiedenis

Ecowijk “Buitengewoon Leven” in Nederasselt

1e resultaten historisch onderzoek Molenhoek e.o. mei 2021.

Download deze tekst in word

1 maart 2021:  een nieuwe manier van samen wonen, samen leven, samen zorgen en samen gedijen.

”to create a world to which people want to belong

Ecowijk Nederasselt ontstaat op een unieke plaats begrensd door de dijk van de Maas, het Wiel ontstaan door een dijkdoorbraak, de Broekstraat en de Molenweg. Het is een prachtige plaats waarin historie en natuur een vooraanstaande rol vervullen en de geschiedenis voelbaar is.

Het is een project dat we gaan realiseren op de 4 hectare grond, begrensd door de Maasdijk in het zuiden; de Molenweg in het oosten, de Broekstraat in het Noorden en het prachtige Molenwiel in het westen. Op dit terrein bevinden zich twee rijksmonumenten: de oude boerderij en de Maasmolen. Daarnaast is er een gedeelte waarop een iepenbos staat.

Wij zien grootse mogelijkheden voor een prachtig project aan de Maasdijk met internationale allure, waarbij we invulling geven aan alle speerpunten van de strategische visie van zowel de gemeente Heumen als die van de provincie Gelderland.

Het dorp Nederasselt

Ecowijk Nederasselt ontstaat op een unieke plaats begrensd door de dijk van de Maas, het Wiel ontstaan door een dijkdoorbraak, de Broekstraat en de Molenweg. Het is een prachtige plaats waarin historie en natuur een vooraanstaande rol vervullen en de geschiedenis voelbaar is.

Het is een project dat we gaan realiseren op de 4 hectare grond, begrensd door de Maasdijk in het zuiden; de Molenweg in het oosten, de Broekstraat in het Noorden en het prachtige Molenwiel in het westen. Op dit terrein bevinden zich twee rijksmonumenten: de oude boerderij en de Maasmolen. Daarnaast is er een gedeelte waarop een iepenbos staat.

Wij zien grootse mogelijkheden voor een prachtig project aan de Maasdijk met internationale allure, waarbij we invulling geven aan alle speerpunten van de strategische visie van zowel de gemeente Heumen als die van de provincie Gelderland.

Overstromingen en dijkdoorbraken en hun invloed op de geschiedenis

In de winter van 1739 – 1740 is bij dijkdoorbraken het Molenwiel ontstaan. Hierbij is destijds de standerdmolen weggespoeld.

Op de onderstaande kaarten en een kaart van de Duitse landmeetkundige Wiebeking is dit te zien.

Tevens op reproduktie Coehhorn nr. 10a. en 12a

Na de oprichting  van de dienst  Rijkswaterstaat in 1798 werd voor het eerst in groter verband gekeken naar de waterproblematiek.

De overstromingen van 1820 in Midden-Nederland richtten de aandacht van de beleidsmakers op de grote rivieren. Er moest een einde worden gemaakt aan de bijna jaarlijkse terugkerende wateroverlast en dijkdoorbraken.

De rivierbeddingen waren door het door Maaswater aangevoerde zand en slib steeds verhoogd, waardoor het waterpeil steeg. Aan de Brabantse kant werden vanaf 1827 plannen gerealiseerd door het aanleggen van de Beerse Overlaat en andere Maaswerken. Na 1850 concludeerde Rijkswaterstaat dat de Maasproblemen ook werden veroorzaakt door het ontbreken van een eigen uitmonding naar de Noordzee. Er bestond toen een gedeelde uitmonding met de Waal. Bij wet van 1883 werd bepaald dat er een nieuw kanaal moest worden gegraven ‘De Bergse Maas’, dat uitkwam in het Hollands Diep. Later werd het traject Maastricht-Lith aangepakt.

Voor de economische ontwikkeling van de getroffen gebieden werd in 1920 door Brabantse en Gelderse parlementsleden waaronder Van Sasse van Ysselt plannen ingediend onder meer om tot sluiting van de Beerse Overlaat te komen. Dit werk moest wachten tot de Maasverbetering was voltooid.

In 1881 was de andere overlaat al gesloten door aanleg van de spoordijk Nijmegen-Venlo.

De laatste grote waterramp vond plaats op oudejaarsdag 31-12-1925. Hierbij overstroomde het gehele gebied tot aan centrum van Wijchen en ook aan de Brabantse kant werd enorme schade geleden. Deze overstroming werd veroorzaakt door de overvloedige regens, vanaf 19 december 1925, in combinatie met het smeltwater van de sneeuw die sinds eind november van dat jaar was gevallen. Dit leidde tot uitzonderlijk hoge waterstanden in de rivieren. In de ochtend van 1 januari 1926 brak de Maasdijk bij Overasselt en Nederasselt door het kruiende ijs, waardoor het Land van Maas en Waal overstroomde.

In de dagen daarna kregen grote delen van het rivierengebied met overstromingen te kampen. Onder andere Nederasselt, Overasselt, Balgoy, Hernen, Leur en Bergharen kwamen onder water te staan.

Door het binnenstromende water en ijs werden 3.000 huizen beschadigd of verwoest. De schade bedroeg 10 miljoen gulden. Het was de laatste grote watersnoodramp in het rivierengebied.

Omdat op de plaats van de Maasbrug bij Grave, al eeuwen een soort hogere doorwaadbare zandbank was, heeft men bij de uitvoering van de verbeteringswerkzaamheden aan de Maas, hier in 1927 een brug en stuw aangelegd met daarnaast een sluiscomplex. Aan het grote hoogteverschil of verval van het water, kan men zien dat er reeds eeuwen een soort stuwfunctie is uitgegaan op deze plek.

Door  verdere kanalisering van de rivier de Maas, tussen Gewande en Grave werd de rivier verkort van 56,5 tot 37,5 km.

Zo konden er ook schepen met meer diepgang varen, op de route van Rotterdam naar Maastricht en zelfs tot in Luik.

De definitieve sluiting van de Beerse Overlaat was tijdens de Duits bezetting in 1942. 

Programma Zandmaas 2018.

De overstroming van 1995.

In januari 1995 stijgt de Maas opnieuw naar recordhoogte. Ruim 200.000 inwoners in Limburg, Brabant en Gelderland moeten geëvacueerd worden. Als het water is gezakt, doemt het besef op dat de tijd van overleg voorbij is en er écht iets moet gebeuren. Het plan van de Commissie Boertien naar aanleiding van het hoogwater van 1993 wordt nu snel omarmd: verhoog om te beginnen de kaden en dijken. De bewoners langs de Limburgse Maas lopen op dat moment het risico een keer in de 15 tot 20 jaar geconfronteerd te worden met een overstroming. Dat risico willen alle betrokkenen terugbrengen naar eens in de 250 jaar. De dijkverhoging in 1995 is de voorbode van structurele maatregelen om de Maas beter te beteugelen

Een van die projecten is het programma Zandmaas dat, net als de programma’s Grensmaas en Maasroute, onderdeel is van de Maaswerken. Het belangrijkste doel van het programma Zandmaas is het verbeteren van de hoogwaterveiligheid.

De Maas tussen Linne (bij Maasbracht) en Ravenstein – een traject van 115 kilometer – noemen we de Zandmaas. De naam Zandmaas komt door de zanderige ondergrond. Door de lage stroomsnelheid in dit deel van de Maas, bezinkt hier volop zand en slib. De Zandmaas is goed bevaarbaar voor scheepvaart. Ook in dit deel van de Maas hebben we de rivier verruimd en dijken versterkt. Omdat we de rivier hebben verdiept, hoogwatergeulen hebben gegraven en een retentiebied hebben aangelegd, heeft de Maas hier nu meer ruimte om water te bergen en af te voeren. Hierdoor daalden de waterstanden. Eind 2015 is dat werk afgerond. Waar geen ruimte over is voor de rivier, worden de kaden en dijken versterkt en verhoogd. Vanwege de hoge prioriteit startten we met de aanleg van kaden in de stedelijke gebieden.  Een prachtige bijkomstigheid van het werk aan de Zandmaas is dat er ruim 427 hectare nieuwe natuur ontstaat.

De rivier krijgt meer ruimte om water te bergen en af te voeren. Daarvoor hebben we op de trajecten Grave-Ravenstein, Gennep-Grave en Venlo-Arcen het zomerbed verdiept.

De rivierbedding is op die drie trajecten ca. 3 meter diep en 80 meter breed uitgegraven, waardoor de waterstand bij hoogwater aanzienlijk daalt.

Ook zijn ter hoogte van Heel en Horn retentiebekkens (overloopgebieden) aangelegd. Bij hoogwater kan water uit de Maas en het Lateraalkanaal in deze bekkens lopen en daar tijdelijk worden vastgehouden. Hierdoor daalt het waterpeil bij Roermond met 15 cm.

Feiten en cijfers 1993.

In december stijgt het waterniveau van de Maas bij Borgharen binnen 48 uur met 2,5 meter

  • 1993: schade hoogwatergolf: 100 miljoen gulden
  • 1995: ruim 200.000 inwoners geëvacueerd
  • 1997: officiële start van Maaswerken
  • 2005: start uitvoering Zandmaas
  • 2008: start uitvoering Grensmaas
  • 2015: rivierverruiming Zandmaas gereed
  • 2017: hoogwaterbeschermingsdoel Grensmaas gehaald
  • 2018: natuurdoelstelling gehaald in hele Maaswerkengebied
  • 2020: einde dijkversterkingen van het Maaswerkenprogramma
  • 2024: einde realisatie project Grensmaas.

In het hoogwaterbeschermingsprogramma worden de komende jaren dijken versterkt. Zeker met de toekomstige klimaatverander­ingen zijn in het Deltaprogramma opnieuw plannen in de maak om tegen de hevige regens en periodes van droogte bestand te zijn.

Feiten en cijfers.

  • Projectbudget: 405 miljoen euro:
  • 204 miljoen euro voor rivierverruiming en ongeveer 190 miljoen euro voor kaden en dijkversterkingen.
  • Natuur: 427 hectare.
  • 20 miljoen m3 zand verplaatst.
  • 13 miljoen m3 zand is verkocht als grondstof en bouwstof.

Nederasselt in de vuurlinie.

Over de ontstaansgeschiedenis is zo goed als niets bekend, alleen archeologie kan enig licht brengen. Dankzij de strategische ligging van Grave, is er in de geschreven bronnen wat meer bekend. In de 12e eeuw bouwden de Heren van Cuijk een burcht op de plek die later Grave werd. Ook aan de Gelderse kant werden dergelijke bouwwerken langs de Maas neergezet en vormde lange verdedigingslinies. In de middeleeuwen werden deze uitgebreid met b.v. vestingwerken waarbinnen mensen woonden en zo ontstonden de steden. In deze omgeving is al in de 13e eeuw en tussen 1285 en 1480 regelmatig stuivertje gewisseld, ‘wie is de baas: Gelre of Brabant!’ In de Tachtigjarige oorlog opnieuw strijd. De volgende decennia is Grave dan Staats en dan weer Spaans.

Tijdens de oorlogsperioden verbleven massa’s militairen in de omgeving van Grave, in tentenkampen en bij burgers ingekwartierd. De logies- en serviesrekeningen, waarin de burgers om een schadevergoeding vroegen, in de nationale archieven, vormen wellicht een wat minder bekende bron, maar zijn zeker de moeite waard om te bestuderen.

Het beleg van Grave.

In 1586, slaagt Lubbert  Torck erin om Grave voor Willem van Oranje te bezetten.

Haar bezit was belangrijk omdat men vanuit Grave het hertogdom Gelre kon binnenvallen. Daarnaast zou men de Maas kunnen beheersen. O.a. heffen van tol.

In de Tachtigjarige Oorlog werd de vestingstad Grave in januari 1586, door legeraanvoerder Mansfeld belegerd. Het lukte Leicester niet om veldheren Schenk en Hohenlohe succesvol Grave te laten ontzetten, ondanks kleine successen.

Binnen Grave was men na geruchten over de komst van een Spaans leger al op zijn hoede. De bewoners van Grave willen de Spaanse koning trouw blijven.

Zo had bevelhebber Lubbert Torck op 16 februari 1586 het bevel gegeven dat niemand na 20.00 uur ’s avonds de straat op mocht zonder verlichting, na 21:00 uur helemaal niet meer op de straat komen.

Parma die heel goed het belang van Grave begreep, had al in januari het bevel gegeven aan Karel van Mansfeld om een beleg te slaan voor Grave. Er waren aan de overkant van de Maas nabij de oude veerstoep, vijf of zes schansen opgeworpen en een schipbrug die verbinding gaf aan een legerplaats. De schansen werden bezet met vijftienhonderd soldaten. Mansfeld zelf sloeg zijn kamp met de rest van de vijfduizend soldaten een halve mijl verderop. Er hadden schermutselingen plaatsgevonden tussen dit leger en troepen van Maarten Schenk, maar die wist de Spaanse troepen niet te verjagen. Ondanks scherpe voorzorgsmaatregelen was de stad bijna in handen gevallen van de Spanjaarden. Enkele officieren en soldaten met geldgebrek hadden heimelijk contact met de Spanjaarden gehad. Ze hadden het oogmerk om de stad bij verraad over te leveren. Tijdig kwamen deze plannen aan het licht, de mannen werden streng gestraft, een van hen kreeg de doodstraf. Dagelijks werden vanuit Grave uitvallen ondernomen tegen de Spanjaarden. Een maand later was binnen de stad schaarste aan levensmiddelen ontstaan. Op 6 maart 1586 werd een bevelschrift uitgevaardigd dat men verplicht was om overschotten te verkopen, tegen vastgestelde tarieven, op straffe van inbeslagneming, indien dit nagelaten werd.

Hohenlohe was op 9 april 1586 met drieduizend man naar Grave getogen en had de stad intussen met schuiten van levensmiddelen kunnen voorzien. Hij had de stenen Molenschans bezet welke door boeren uit de omgeving werd bewaakt. Deze werden overigens allemaal opgehangen nadat zij de spot hadden gedreven over de Engelse koningin Elizabeth. Leicester had al een poging tot ontzetting gewaagd. Hohenlohe kwam nog een tweede keer proviand brengen en nam samen met de Engelse overste Norrits enkele kastelen en schansen in. Op kasteel Batenburg vonden zij sterke tegenstand, maar de oude muren van het slot waren niet meer zo sterk. Toen ze met het kanon op de muren schoten stortte een muur volledig in, waarna de Spanjaarden zich overgaven.

Mansfeld liet op nacht van 15 op 16 april een bestorming met drieduizend soldaten op de legerplaats uitvoeren. Twee stormen werden afgeslagen, maar de derde was succesvol. De verdedigers sloegen op de vlucht nagezeten door het ‘Spaanse’ regeringsleger. Tot hun geluk liepen zij in de armen van aankomende Staatse versterkingen. Hohenlohe en John Norris liepen hen tegemoet aan het hoofd van vijfentwintighonderd Engelsen en Nederlanders. Vanaf dat moment waren de rollen omgekeerd. Op het moment dat de bondgenoten tot de aanval op de Spanjaarden over wilden gaan kwamen Spaanse versterkingen aangestormd. Zo gebeurde het dat twee even grote legers, van drieduizend man sterk, tegenover elkaar stonden. Er viel een zware regen en er stond een stormachtige wind en het waterpeil van de Maas was hoog en wild. De legers stonden elkaar een tijdlang in stilte aan te kijken. Plotseling hakte men op elkaar in, het bloed vloeide net zo hard zoals de regen viel. Anderhalf uur lang. De storm was inmiddels toegenomen tot orkaankracht, wat uiteindelijk bepalend was voor het staken van de strijd. De Spanjaarden trokken zich terug. Met de slag waren honderdvijftig Hollanders en Engelsen, rond de vierhonderd Spanjaarden gesneuveld. Onder de Spanjaarden waren twee oversten en zeven kapiteins gedood en bovendien hadden ze een kanon van hen buitgemaakt. Norrits was in zijn borst geraakt door een speer, Sir Johan Borowes was een vingertop kwijt. Hohenlohe gaf opdracht een dijk door te steken bij Ravenstein waardoor het waterpeil in het omringende land rondom Grave zo erg steeg dat zij nu met boten de stad konden voorzien van voorraden, levensmiddelen en krijgsbehoeften. Hohenlohe liet daar een extra bezetting van vijfhonderd man achter met leeftocht voor een jaar. Het had er alle schijn van dat Mansfeld niet zou slagen in zijn beleg, Parma nam maatregelen.

Op 12 mei kwam de prins van Parma persoonlijk naar Grave, hij had zich bij zijn leger gevoegd dat uit drieduizend Spanjaarden en vijfduizend man van allerlei nationaliteiten bestond. Hij had aanvoerder Haultepenne zijn beleg laten onderbreken en terug laten komen uit Neuss, en zodoende zijn leger flink kunnen versterken. Op 8 mei was Leicester in Arnhem. Hij trok echter niet naar Grave maar naar Nijmegen in een poging de prins te stoppen.

Parma’s aanwezigheid was goed voor het moreel onder de soldaten, nu stond de eer van het Spaanse leger op spel. Op 31 mei waren de approches gereed. Aan de overkant in de omgeving van Nederasselt, in de uiterwaarden van de Maas, liet hij op 5 juni batterijen oprichten waarmee hij de stad ging bestoken, met vierentwintig kanonnen en tweeduizend schoten. Er werd een bres geschoten ter voorbereiding van een bestorming. De kerk, de toren en enkele huizen waren bij de beschietingen stuk geschoten.

Op 6 juni overleefde Parma voor de derde keer een aanslag met een kanonskogel. Toen hij op verkenning was, schoot men vanaf de wallen gericht op hem en schoten de achterste helft van zijn paard weg. Even was het muisstil in het Spaanse leger toen Parma op de grond lag. Parma stond op, zag dat de bres goed was en beval tot de aanval over te gaan. Er volgde een woeste bestorming, maar deze werd met een hagelbui aan stenen en brandende pek door de Staatsen afgeslagen. De volgende dag liet Parma zijn leger in slagorde opstellen. Dit had tot gevolg dat er grote schrik en paniek binnen Grave uitbrak. Lubbert Torck, de bevelhebber van Grave, was meer om zijn adellijke afkomst in deze functie geplaatst dan om zijn krijgsverleden. Zo dapper als hij was, zo angstig was hij nu. Hij hoorde de vrouwen huilen. Hij liet zich door zijn kapiteins overhalen om de stad over te geven aan Parma. Een meerderheid was voor. Daar kwam bij dat er tussen de burgers en het garnizoen onenigheid was ontstaan. Dus besloot de voor Willem van Oranje opkomende veldheer Torck zich over te geven onder voorwaarden.

Parma begreep er niets van, temeer omdat hij vernomen had dat er een groot ontzettingsleger onderweg was naar Grave, maar was altijd bereid om gunstige voorwaarden aan te bieden in dergelijke situaties. Hij ging akkoord. Op 7 juni ging de stad bij verdrag over aan het Spaanse Rijk. De bezetting trok met ontrolde vaandels en slaande trom met hun wapens en bagage, hun vrouwen en kinderen eervol de stad uit. Ze kregen een vrijgeleide tot aan de stad Zaltbommel. Parma vond in de stad leeftocht voor zesduizend man, een jaar lang. De wallen hadden zo weinig te lijden gehad onder de beschietingen, dat hij nog lange tijd nodig zou hebben gehad om een toereikende bres in de stadsmuur te schieten voor een succesvolle bestorming.

Grave zou onder Spaans bestuur blijven tot 18 juli 1602.Vanaf die dag zullen de Staatsen onder leiding van prins Maurits Grave gaan belegeren.

Het Beleg van Grave in 1602.

Dit was een belegering van de Spaans overheerste stad Grave tijdens de Tachtigjarige Oorlog door het Staatse leger onder leiding van Graaf Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje (na het overlijden van diens halfbroer Philips-Willem). Na een belegering van bijna twee maanden gaf de stad zich over op 20 september 1602.

Maurits’ halfbroer Frederik Hendrik graaf van Nassau was slechts 18 jaar en kreeg de troepen van de gewonde Francis Vere onder zijn bevel. Tijdens dit beleg wist Frederik Hendrik met zijn troepen een halve maan te veroveren. Grave was volledig omsingeld en voorzien van veldversterkingen tegen aanvallen van buitenaf. De verdedigers in de stad bleken over veel uithoudingsvermogen te beschikken waardoor het beleg bijna twee maanden in beslag nam. Maurits werd op zijn hielen gezeten door de Spaanse legers maar als Maurits ter plaatse  is, zijn de legers van Maurits al ingegraven rondom de stad. In de nacht proberen Spaanse legers tevergeefs versterkingen binnen de stad te brengen. Vanuit de stad werd hierop meteen een uitval gepleegd, in de hoop dat de Spaanse legers een ontzet zouden bieden. Echter deze trekken zich overhaast terug naar Venlo. Vanuit de stad werden nog verschillende vergeefse uitvallen gedaan op de Staatse legers.[ Het garnizoen van Grave gaf zich op 20 september over, een geluk voor Maurits. Het waterpeil van de Maas steeg namelijk snel waardoor hij het beleg spoedig had moeten staken.

Zo werden de inwoners van het kerspel Nederasselt in maanden juli t/m september 1602, bij de belegering door prins Maurits en door de bondgenoten en de vijand wederom kaalgeplukt. Vrijwel direct na de inneming van de stad gaf Maurits opdracht tot de aanleg van nieuwe verdedigingswerken, o.a. met drie ravelijnen en een verharde weg.

De Spanjaarden zagen dit en legden in de uiterwaarden bij Nederasselt een lunet aan met een zogenaamd hoornwerk. De naam Coehoorn is afkomstig van de ontwerper Menno van Coehoorn. Van dit kroonwerk is heden ten dage niets meer over, maar er zijn struiken geplant op de plaats waar vroeger het kroonwerk stond, zodat de contouren hiervan goed zichtbaar zijn.

De rust in het gebied was van korte duur, want in 1672 melden zich de Franse soldaten o.l.v. bevelhebber Du Plessis aan de poorten van de stad. Zonder strijd valt de stad in Franse handen, omdat het Spaanse garnizoen een bevel verkeerd had begrepen en daardoor eerder uit Grave was vertrokken.

Juli 1674

Grave belegerd door o.a. legeraanvoerder Carl Rabenhaubt. Die verbleef op kasteel Balgoy. Op 9 oktober 1674 kwam Willem III van Oranje met versterkingen  richting Nederasselt om gezamenlijk te proberen voor de inval van de winter Grave te heroveren.

Op 28 oktober 1674,na een beleg van 4 maanden komt Grave weer in Staatse handen. Er werd o.a. voor het eerst gebruikt gemaakt van korte kleine, draagbare Coehoornmortieren.

In die periode waren er veel tentenkampen waar de krijgslieden in verbleven, o.a. bij de molen, het molenhuis en nabij de veerstoep te Nederasselt.

Periode 1787-1795.

Bij de bewoners van het kerspel Nederasselt zit de angst er zo’n tweehonderd jaar geleden goed in. Zowel in 1787 als in 1792 hebben ze veel te lijden van overlast door hier verblijvende soldaten. Maar wat de inwoners van Nederasselt toen te verduren heeft gekregen valt in het niet bij de gebeurtenissen van 1794-1795.  Het is de tol die betaald moest worden voor de strategische ligging van het gehucht aan de Maas bij de weg van Grave naar Nijmegen en het kroonwerk Coehoorn.

Degenen die er huishouden zijn Pruisische militairen, eerst tijdens de militaire campagne tegen de Patriotten en later tijdens de strafexpeditie tegen de revolutionairen in Parijs.

De Franse revolutie van 1789 zette in vrij korte tijd heel Europa op zijn kop. In 1793 kreeg ook de Republiek der verenigde Nederlanden een oorlogsverklaring onder haar neus. Spoedig volgde het exporteren van de revolutionaire idealen ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ De militaire opmars van de ‘sans-culottes’ mag dan onstuitbaar zijn geweest; door de troepen van stadhouder Willem 5 en zijn Engelse bondgenoten is wel degelijk tegenstand geboden. In de winter van 1794-1795 marcheerden de Fransen over de bevroren rivieren de Noordelijke Nederlanden binnen, bezetten het land en riepen de Bataafse Republiek uit.

De Franse Tijd begon in Noord-Nederland met de Bataafse Revolutie in 1795, waarbij Nederlandse patriotten, met steun van een Frans leger dat het land was binnengetrokken, de Bataafse Republiek uitriepen. Stadhouder Willem V ging naar Engeland in ballingschap.

Na de Franse revolutie vielen Franse troepen in 1794/1795 Nederland binnen en werd de Bataafse Republiek gevestigd. De Franse Tijd was begonnen. Onder leiding van de Franse Generaal Jean-Charles Pichegru staken Franse troepen in 1794 de Maas bij Grave en Nederasselt over en namen Nijmegen in.

Grave en omgeving komen hierbij op 28 december 1794 weer in Franse handen.

Tijdens de Franse bezetting was de Franse taal van 1810 tot 1813 de officiële taal, naast het Nederlands.

Het kerspel (middeleeuwse benaming voor een kerkgemeente of parochie) Nederasselt kon daar alleszins over meepraten. Van je bondgenoten moet je het maar hebben, zullen ze in Nederasselt hebben gedacht. Voordat de bevolking opgelucht een dansje rond de Vrijheidsboom kon maken, moest zij derhalve eerst een bitter gelag betalen.

Napoleon maakte in 1811 een rondreis van enkele maanden door ons land, van Willemstad (aan het Hollands Diep), Alkmaar en Den Helder tot Amsterdam en Utrecht. Na bezoeken aan Deventer en Zwolle reisde hij dus naar Nijmegen, om via Grave Duitsland naar Kleef in te trekken. Napoleon gaat hier over het veer bij Nederasselt.

In 1814 vertrokken de Fransen en werd op 1 augustus het gebied opgenomen in het soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden.

Bij de Belgische opstand van 1830 tot 1839 en tijdens de mobilisatie van 1870 was het door de ligging en de aanwezigheid van extra militairen in de garnizoensstad Grave erg onrustig in de regio.

Tweede Wereldoorlog

Op zondag 17 september 1944 vinden in  Overasselt en Nederasselt een van de grootste luchtlandingsoperaties aller tijden. In de weilanden ten noorden van beide kerkdorpen landde toen het 504de Parachutisten Infanterie Regiment.
Het regiment was onderdeel van de 82ste Luchtlandingsdivisie die op die dag tussen Eindhoven en Arnhem naar beneden kwam ten behoeve van Operation Market Garden. Generaal James M. Gavin en zijn mannen hadden als taak de heuvels bij Groesbeek te veroveren en daarbij de bruggen over de Maas, de Waal en het Maas-Waalkanaal veilig te stellen.

In de dagen na 17 september landden er vele Waco-gliders in en om Overasselt en Nederasselt en in de omgeving van Groesbeek, omdat er duizenden manschappen moesten worden voorzien van materieel en goederen.

NB: De indertijd in opdracht van de overwinnaar gemaakte prenten geven vaak een te mooie voorstelling van het gebeuren, o.a. de overwinningsroes en het maken van indruk op de tegenpartij door de verdedigingswerken overdreven aan te geven. Dit om de vijand af te schrikken. Het was vaak een propaganda campagne. Dit is bij vergelijking van de Coehoorn prenten goed te zien.

De Maasmolen

De Maasmolen is een gesloten standerd houten korenmolen in Nederasselt in de Gelderse gemeente Heumen. Vlak bij het dorp Nederasselt staat deze molen, uit de 17e eeuw.

De oudste vermelding vinden we in een verpondingsregister uit 1650. De eigenaresse was de abdis van het Nieuwklooster te Gogh (klooster Gravendaal). Molenaar Wilhelm Hendrixen was de pachter van de molen.
In 1692 verkocht aan Arnold van de Moelen, Heer van Overasselt. In de 18e eeuw gaat de eigendom naar de Familie van David Ten Hoven.
1739-1740: Een rampjaar, bij een dijkdoorbraak van de Maas werd de molen weggespoeld en verwoest.

1741:De molen werd een stukje landinwaarts weer herbouwd.
1787: Door vererving gaat de eigendom naar dochter Wendela Elenora en Jan Carel Godin, graaf van het Heilige Roomsche Rijk tevens heer van Boelestijn etc.
Op 10-01-1803, kwam de molen in eeuwig durende erfpacht aan  Hendrik Heijnen, hij was vanaf 1794 al molenaar.
Na het jaar 1814, na het overlijden van de eigenaresse kwam de molen in volledige eigendom van de familie Heijnen.
De letters HH in de windvaan verwijzen naar de molenaarsfamilie Heijnen.
De molen was van 1894 tot 1924 eigendom van A. Dijkmans, daarna tot 1965 van L.F. van Haren en daarna tot 1968 van de firma A. en J. van Haren.

De ‘Maasmolen”van Nederasselt op zijn oorspronkelijke plaats, kort na de tweede wereldoorlog. Op de voorgrond is het oude Molenhuis
Instelling/bron BHIC
Vervaardiger Jean Smeets, Jos Smeets
Datering 1952
Objectnummer
1907-007351
Rechten : Brabants Historisch Informatie Centrum.

Bij de realisering van het distributiecentrum, o.a. voor de bouw van grotere loodsen moest de molen 160 meter in westelijke richting worden verplaatst, van het terrein van het huidige distributiecentrum naar het Molenwiel. Dit is een door diverse verwoestende overstromingen en dijkdoorbraken gevormd meertje of zgn. wiel. De familie van Haren verkocht daarbij de molen aan de gemeente Heumen.

1972-1973, restauratie molen.

Door uitbreiding van het distributiecentrum, werd de molen dus verplaatst naar het Molenwiel. Daarna volgde de restauratie door de fa. Beijk,

Hierbij werd wel de kleurstelling grondig veranderd: de kast was vóór 1973 grijs geschilderd met witte biezen, waarvan de bovenste rand met geblokte uitstulpingen. Er was een ijzeren galerijhek. De muren van de onderbouw waren gewit. Opvallend voor een standerdmolen: op de binnenroede waren fokwieken met regelborden aangebracht.

In 2006 voerde de firma Coppes een groot onderhoud uit. Het beschot aan beide zijkanten en de gehele achterkant van de molenkast werd deels vernieuwd en geschilderd. Er werden twee nieuwe deuren gemaakt, de galerijplanken vernieuwd en de trap geteerd en behandeld tegen houtworm. De molen stond er weer fraai bij. Helaas was het om financiële redenen niet mogelijk, de molen meteen maalvaardig te maken.

2016-2017. Maasmolen weer in problemen.

Rob Snel de molenaar doet melding in dagblad De Gelderlander d.d.07-12-2016, dat de molen is scheefgezakt en draaien daarom te gevaarlijk is.

De standaardmolen in Nederasselt is scheefgezakt.  De molenaar ontdekte vorige maand dat de houten bovenkant van de molen van 35 ton, die balanceert op één grote boomstam, 7 centimeter uit het lood staat. Snel: „Ik ben heel erg geschrokken. Hij levert volgens mij gevaar op. Ik ben verantwoordelijk; dus heb ik hem in het afgelopen najaar stilgezet.”

De Molenkast:
De molenkast rust voor een groot deel op de bovenkant van de boomstam (de stormpen). Molenaar Snel: „Die stormpen is versleten of er zit houtworm, boktor of schimmel in. Dat kan ik zo niet zien. Daarvoor moeten we de hele molenkast opvijzelen.” Snel vreest dat de molen zo maar anderhalf jaar uit de roulatie kan zijn.

‘Kijkoperatie’
Het kost 23.500 euro om alleen al de molenkast te liften. Dat gebeurt door onder de vier hoeken van de kast een ‘olievijzel’ te plaatsen. De gemeente Heumen is eigenaar van de molen en betaalt deze ‘kijkoperatie’.

In de Gelderlander van 23-05-2017 lezen we dat de molen van Nederasselt woensdag wordt gelicht. De molenmaker Coppes licht woensdag de kap van de molen. Daarmee moet duidelijk worden wat de schade is aan de houten boomstam waarop de molenkast rust. Want er is méér mis met de molen.

De molenkast rust voor een groot deel op de bovenkant van de boomstam (de stormpen). Volgens molenaar Snel is de stormpen versleten. Of er zit houtworm, boktor of schimmel in. Zo is de dikste balk in de constructie gescheurd. Op deze zgn.’steenbalk’ steunt de molenkast. Verder is het houtwerk waar de molenas met wieken op rust, rot. De as is doorgezakt in die balk. Zelfs het heuveltje waar de molen op staat, is verzakt. Die loopt schuin af, waardoor het rijksmonument ook scheef staat. Als Peter Coppes uit Bergharen woensdag de molenkast optilt met vier hydraulische vijzels kan hij de exacte schade opnemen. Hij zal dan ook meteen de nodige reparaties uitvoeren. Coppes schat in dat de kijkoperatie 23.500 euro kost.

De gemeente Heumen was eigenaar van de molen en betaalde de ingreep. De gemeente wilde de molen verkopen als de restauratie was geslaagd.

In de het dagblad De Gelderlander, d.d. 09-08-2017, staat te lezen.

NEDERASSELT – Molenaar Rob Snel is niet alleen opgelucht dat de Maasmolen in Nederasselt weer draaide na een grondige restauratie. Snel heeft twee weken geleden voor het eerst proefgedraaid met het monument uit 1741. De molen draaide perfect en stond weer helemaal recht. De molen kon ook weer door een persoon in de wind worden gedraaid. Voor de restauratie moesten men met zijn drieën de molen kruien.

Historie van Het Molenhuis.

Omschrijving van Molenhuis / Molenaarshuis

Boerderij uit de eerste helft van de 19e eeuw. Woonhuis en stal vormen een T-vormige plattegrond. Het woonhuis heeft een rieten schilddak en vensters me luiken, bevat nog de oude deuren met fraai panelen. De stal draagt een met pannen en riet gedekt wolfdak. Gang met zwarte plavuizen en plint van antieke witte tegels. Gemutileerde schouw, waarnaast tegeltableau voorstellende hond en kat. Muurkast aan binnenzijde bekleed met antieke witte tegels.

Enkele details van het Molenhuis

Geraadpleegde bronnen:

  • Algemene info: www.ecodorpnederasselt.nl
  • Archief Waterschap de Maaskant.
  • Atlas van historische vestingwerken in Nederland; 1996.
  • Brabants Historisch Informatie Centrum, ‘s-Hertogenbosch.
  • De Nederlandse Molendatabase.
  • Dorpen aan de rivier, Verhalen uit de voormalige gemeente Lith; 2011.
  • Geschiedenis der Nederlanden.
  • Grave Nederasselt vanaf 1381-1929 in tijden van oorlog en conflict.
  • Beleg van Grave door Parma in 1586.
  • Belegering van Grave 18-07-1602.
  • Belegering Grave 1672,05-10-1674, 1e deel folio269; 1794.
  • Het Graafse Veer.
  • Nederland in de Napoleontische tijd.
  • Historische prenten verzameling.
  • Topografische dienst Emmen, o.a. luchtopnamen mrt/mei 1989.
  • Monumenten en water; september 2000.
  • Openluchtmuseum Arnhem, foto’s en prenten.
  • Wikipedia.